Uitleg over peptiden, in gewone taal
Wat peptiden zijn, hoe ze gemaakt worden en wat er in de literatuur over bekend is. Geen verkoop, geen beloftes, geen doseringen. Alleen uitleg.
Basis
Wat is een peptide?
Een peptide is een korte ketting aminozuren. Uitleg in gewone taal: hoe zo een keten in elkaar zit, wat hij doet en waarom de volgorde alles bepaalt.
Peptide, eiwit of aminozuur: wat is het verschil?
Drie woorden die vaak door elkaar worden gebruikt. Het verschil zit in lengte, in hoe ze gemaakt worden en in wat ze doen.
Hoe worden peptiden gemaakt?
Van losse aminozuren naar een wit poeder in een flesje: vastefasesynthese, zuivering met HPLC en vriesdrogen, stap voor stap uitgelegd.
Wat betekent "research use only"?
Research use only is geen formaliteit maar een juridische status. Wat het betekent, waar het vandaan komt en wat er wel en niet onder valt.
In het lab
Peptiden oplossen: welk oplosmiddel waarvoor?
Bacteriostatisch water, steriel water of verdund azijnzuur. Wat het verschil is, waarom sommige peptiden niet oplossen en wat je dan doet.
Peptiden bewaren: poeder, oplossing en koelketen
Wat warmte, licht en ontdooien met een peptide doen, en waarom poeder altijd langer goed blijft dan een oplossing.
Een analysecertificaat lezen
Wat er op een CoA hoort te staan, wat een zuiverheidspercentage wel en niet betekent, en hoe je ziet of een certificaat bij jouw flacon hoort.
Vial, cartridge of pen: wat is het verschil?
Dezelfde stof komt in drie verpakkingen. Het verschil zit in het aantal handelingen, in houdbaarheid en in wat je nog kunt controleren.
Stofgroepen
GLP-1 en de incretines uitgelegd
Waarom je darm hormonen afgeeft zodra je eet, wat GLP-1 en GIP precies doen en waarom een nagemaakte versie langer meegaat dan het origineel.
Van enkelvoudig naar triple agonist
Semaglutide, tirzepatide en retatrutide naast elkaar: welke receptoren ze raken, wat elke stap toevoegt en waarom glucagon de nieuwste richting is.
Amyline: het tweede verzadigingssignaal
Naast GLP-1 bestaat er een tweede route voor verzadiging, via de alvleesklier. Wat amyline doet en waarom het vaak naast een GLP-1-analoog wordt onderzocht.
De groeihormoon-as: GHRH, ghreline, GH en IGF-1
Vier schakels, twee knoppen en een hele familie peptiden. Waarom er zo veel verschillende stoffen bestaan die allemaal hetzelfde hormoon aansturen.
Herstelpeptiden: BPC-157 en TB-500
Twee peptiden die vaak in een adem worden genoemd maar langs heel verschillende routes werken. Waar ze vandaan komen en wat de literatuur erover zegt.
Koperpeptiden: GHK-Cu en AHK-Cu
Drie aminozuren die een koperion vasthouden. Waarom de kleur je vertelt of het complex nog heel is en wat het verschil is tussen de twee varianten.
Neuropeptiden: Semax, Selank en familie
Een groep korte peptiden uit Russisch onderzoek, allemaal afgeleid van een lichaamseigen stof waar het hormonale deel vanaf is gehaald.
Mitochondriale peptiden: MOTS-c, humanine en SS-31
Peptiden die niet uit de celkern komen maar uit de energiefabriekjes zelf. Een vakgebied dat pas twintig jaar bestaat.
Verdieping
Hoe werkt een receptor?
Agonist, antagonist, selectiviteit en downregulatie. De begrippen die in elk peptideartikel voorbijkomen, in gewone taal uitgelegd.
Halfwaardetijd: waarom DAC, PEG en vetzuurstaarten bestaan
Een peptide verdwijnt binnen minuten. Vier trucs om dat af te remmen, en wat elke truc kost aan andere eigenschappen.
Blends beoordelen: waarom een mengsel andere regels heeft
Bij twee of meer peptiden in een flesje is een zuiverheidspercentage betekenisloos. Wat je dan wel moet vragen en waar het misgaat.
Peptiden en de wet in Nederland en de EU
Waarom een claim een stof tot geneesmiddel maakt, wat onderzoeksstoffen juridisch zijn en waar de grens ligt bij invoer en doorverkoop.
Tien veelgemaakte fouten bij peptide-onderzoek
Van schudden tot een certificaat met het verkeerde lotnummer. De fouten die het vaakst een meting onbruikbaar maken.
Woordenlijst
De termen die in peptide-literatuur en op productpagina’s voorbijkomen, elk in een of twee zinnen uitgelegd.
Stoffen
BPC-157
BPC-157 in het kort: wat het is, hoe het werkt, wat het onderzoek laat zien en wat de status ervan is.
TB-500 (Thymosine bèta-4)
TB-500 in het kort: het actieve fragment van thymosine bèta-4, en wat er over celbeweging en herstel bekend is.
GHK-Cu
GHK-Cu in het kort: het koperbindende tripeptide uit bloedplasma, en wat er over huid en collageen bekend is.
KPV
KPV in het kort: het laatste stukje van alfa-MSH, onderzocht rond ontstekingssignalen in darm en huid.
ARA-290
ARA-290 in het kort: een EPO-fragment zonder bloedwerking, onderzocht bij zenuwpijn en kleine zenuwvezels.
Retatrutide
Retatrutide in het kort: de triple agonist op GLP-1, GIP en glucagon, en wat het onderzoek laat zien.
Cagrilintide
Cagrilintide in het kort: een amylineanaloog dat langs een andere route dan GLP-1 bij verzadiging aangrijpt.
5-Amino-1MQ
5-Amino-1MQ in het kort: geen peptide maar een kleine molecuul dat NNMT remt, onderzocht rond vetcellen.
AOD-9604
AOD-9604 in het kort: het vetafbraakdeel van groeihormoon, losgeknipt van de rest van de keten.
Ipamoreline
Ipamoreline in het kort: de meest selectieve ghrelinemimeticum, zonder de nevenroutes van de oudere varianten.
CJC-1295 zonder DAC
CJC-1295 zonder DAC, ook bekend als Mod GRF 1-29: een kort werkend GHRH-fragment dat de natuurlijke pulsen volgt.
CJC-1295 met DAC
CJC-1295 met DAC in het kort: dezelfde keten, maar met een toevoeging die hem dagen in plaats van minuten laat meegaan.
Tesamoreline
Tesamoreline in het kort: een beschermd GHRH-analoog, en een van de weinige stoffen in dit veld met een goedkeuring.
IGF-1 LR3
IGF-1 LR3 in het kort: de eindstof van de groeihormoon-as, aangepast zodat bindingseiwitten hem niet wegvangen.
Follistatine 344
Follistatine 344 in het kort: het eiwit dat myostatine wegvangt, en daarmee de rem op spiergroei losmaakt.
Semax
Semax in het kort: een ACTH-fragment zonder hormonale werking, onderzocht rond aandacht en zenuwcellen.
Selank
Selank in het kort: gebouwd op tuftsine, onderzocht rond spanning, stemming en slaap.
DSIP
DSIP in het kort: het slaappeptide uit de jaren zeventig waarvan het mechanisme nog steeds niet is opgehelderd.
Epithalon
Epithalon in het kort: vier aminozuren uit de pineaalklier, onderzocht rond telomeren en veroudering.
PT-141 (Bremelanotide)
PT-141 in het kort: werkt in de hersenen in plaats van in de bloedvaten, en heeft een goedkeuring in de VS.
Melanotan 2
Melanotan 2 in het kort: raakt meerdere melanocortinereceptoren tegelijk, met pigment en libido als twee kanten.
Oxytocine
Oxytocine in het kort: een lichaamseigen hormoon van negen aminozuren, en een van de best onderzochte peptiden die er zijn.
Kisspeptine-10
Kisspeptine-10 in het kort: de startknop boven aan de hormoonas van de voortplanting.
NAD+
NAD+ in het kort: geen peptide maar een co-enzym dat in elke cel zit, en waarvan de voorraad met de leeftijd daalt.
MOTS-c
MOTS-c in het kort: een peptide dat niet uit de celkern komt maar uit het DNA van de mitochondriën.
SS-31 (Elamipretide)
SS-31 in het kort: ontworpen om zich op te hopen in het binnenmembraan van de mitochondriën.
Glutathion
Glutathion in het kort: het tripeptide dat de cel zelf maakt als belangrijkste antioxidant.
Thymosine alfa-1
Thymosine alfa-1 in het kort: een thymuspeptide dat T-cellen aanstuurt, met goedkeuring in meerdere landen.
Wolverine (BPC-157 + TB-500)
De Wolverine-blend in het kort: twee herstelpeptiden in een flesje, en waar je bij een mengsel op let.
GLOW (BPC-157 + TB-500 + GHK-Cu)
De GLOW-blend in het kort: de Wolverine-combinatie met een koperpeptide erbij, gericht op huid en collageen.
Ipamoreline + CJC-1295
De klassieke groeihormoonblend: twee knoppen voor hetzelfde resultaat, die elkaar versterken.
Deze site legt uit wat er in de wetenschappelijke literatuur over peptiden staat. Het is geen medisch advies en geen gebruiksaanwijzing. De stoffen die hier besproken worden zijn onderzoeksstoffen: ze zijn niet goedgekeurd voor gebruik bij mensen of dieren. Heb je een gezondheidsvraag, ga dan naar een arts.