Home / Stofgroepen

De groeihormoon-as: GHRH, ghreline, GH en IGF-1

Groeihormoon komt niet zomaar vrij. Er zijn twee knoppen die het aanzetten en een derde die het afremt. Bijna elk peptide in deze groep zit op een van die knoppen.

De keten van boven naar beneden

  1. De hypothalamus geeft GHRH af, het hormoon dat zegt: maak groeihormoon.
  2. De hypofyse reageert daarop en laat groeihormoon los in het bloed.
  3. De lever reageert op groeihormoon door IGF-1 te maken.
  4. IGF-1 doet in de weefsels het meeste werk waar groeihormoon de eer voor krijgt.

Daarnaast is er een rem: somatostatine, ook uit de hypothalamus, dat de hypofyse stil houdt. Groeihormoon komt daardoor in pulsen vrij, niet als een gestage stroom. Die pulsen zijn het natuurlijke patroon dat veel onderzoek probeert na te bootsen.

Twee knoppen, niet een

GHRH is de eerste knop. De tweede is de ghrelinereceptor, ontdekt doordat er stoffen bestonden die groeihormoon vrijmaakten zonder op GHRH te lijken. Pas later bleek dat het lichaam daar een eigen hormoon voor heeft: ghreline, afgegeven door een lege maag.

Dat verklaart waarom peptiden in deze groep in twee families uiteenvallen.

FamilieWerkt viaVoorbeelden
GHRH-analogende GHRH-receptorSermoreline, CJC-1295, tesamoreline
Ghrelinemimeticade ghrelinereceptorIpamoreline, GHRP-2, GHRP-6, hexareline
Waarom ze vaak samen worden onderzocht

Twee verschillende knoppen voor hetzelfde resultaat betekent dat ze elkaar kunnen versterken. Een GHRH-peptide en een ghrelinepeptide samen geven in onderzoek een groter effect dan allebei apart. Dat is de reden dat de combinatie CJC-1295 met ipamoreline de meest bestudeerde blend van deze groep is.

Selectiviteit is het verschil binnen de tweede familie

De ghrelinemimetica lijken op elkaar maar verschillen in hoe netjes ze zijn. GHRP-6 geeft een sterk hongersignaal. GHRP-2 raakt ook cortisol en prolactine. Ipamoreline is de selectiefste: het zet de hypofyse aan zonder die nevenroutes mee te nemen. Hexareline is het krachtigst en raakt daarnaast een receptor in het hart.

Dat maakt de keuze binnen deze familie niet een kwestie van beter of slechter, maar van wat je wilt uitsluiten in je proefopzet.

En het hormoon zelf?

Groeihormoon is zelf ook verkrijgbaar als onderzoeksmateriaal: een eiwit van 191 aminozuren. Het verschil met alle peptiden hierboven is fundamenteel. De peptiden vragen het lichaam om hormoon te maken, binnen de natuurlijke pulsen en met de natuurlijke rem erop. Het eiwit zelf omzeilt die hele regeling.

Praktisch gezien is het ook een heel ander product: 191 aminozuren is een lange, gevouwen keten die veel gevoeliger is voor warmte en schudden dan een peptide van tien of twintig bouwstenen.

Waar IGF-1 past

IGF-1 is de laatste schakel. In onderzoek wordt vaak de LR3-variant gebruikt: aangepast zodat de bindingseiwitten in het bloed hem niet wegvangen, waardoor hij veel langer actief blijft. Daarmee sla je de hele as over en kijk je rechtstreeks naar wat de eindstof in het weefsel doet.

Op zoek naar researchmateriaal?

Deze site is gemaakt door het team achter Apex Bio Research, een Nederlandse leverancier van onderzoekspeptiden met analysecertificaat per batch.

Naar de webshop
Waar deze site wel en niet over gaat
Deze site legt uit wat er in de wetenschappelijke literatuur over peptiden staat. Het is geen medisch advies en geen gebruiksaanwijzing. De stoffen die hier besproken worden zijn onderzoeksstoffen: ze zijn niet goedgekeurd voor gebruik bij mensen of dieren. Heb je een gezondheidsvraag, ga dan naar een arts.

Bijgewerkt 2026-10-03

Lees ook